Verleden & Heden

Geschiedenis

De jacht met afgerichte roofvogels is afkomstig uit Azië. Men beoefende valkerij in China omstreeks 2000 jaar voor Christus, en in Japan ca. 600 voor Christus en niet veel later in Indië, Arabië, Perzië en Syrië. Vanuit Azië verspreidde zich de valkenjacht over Egypte en heel Noord Afrika.

Japan 14 v chr
Deze valkeniers afbeelding wat dateert uit 14 v Chr. gekregen van de President van de Japanse valkerij vereniging de heer Miko Murofushi

In Europa was de vogeljacht reeds bekend bij de Franken. Pas na de kruistochten werd het echt valkerij, wat men van de Byzantijnen had overgenomen. Door alle duizenden jaren heen blijkt dat de valkerij vrijwel overal op dezelfde manier wordt beoefend.

In de Middeleeuwen (ca. 500 tot ca. 1500) was deze “obsessie” alleen voor de adel. Enkele bekende beroemde fanatieke historische figuren zijn, De Mongoolse heerser Djengis Khan (11621227) De Japanse opperbevelhebbers, de Shogins (794-1185) en  de Indiase heersers, de Maharadja’s.

De eerste Europese adel die interesse toonde in de valkerij was Frederick II van Hohenstaufen. Frederik was de zoon van Hendrik VI van Hohenstaufen en Constance van Sicilië.  In 1198 werd hij koning van Sicilië, in 1215 koning van Duitsland. Later keizer van het Heilige Roomse Rijk (1220-1250). Hij kreeg een handleiding over valkerij en deze liet hij vertalen naar het Latijns. Op enkele wijzigingen van zijn kant (en op grond van zijn eigen 30 jaar ervaring) resulteerde dat in “De Arte Venandi cum Avibus”. (De Kunst van het jagen met Vogels).

De gegevens uit dit werk worden nog steeds door valkeniers gebruikt.

De valkerij in Nederland kreeg pas officieel erkenning tijdens het bewind van Jacoba van Beieren (1401-1436). Zij was gravin van Henengouwen (1417-1433), en hertogin van Brabant (1418-1420). Tot 1855 hield de valkerij stand in Nederland.

Litho: een valkerij jacht

Vanaf de 17e en 18e eeuw ging de valkerij in Europa sterk achteruit. De belangrijkste oorzaken waren de groeiende populariteit van vuurwapens, het verdwijnen van de uitgestrekte wildernissen en de vermenigvuldiging van omheiningen, muren en gebouwen. Bijna overal ter wereld nam de valkerij af toen vuurwapens algemeen warden. Toch hielden in elke streek sommige valkeniers hun passie in leven. Gelukkig bloeide de valkerij begin van de 20e  eeuw daarom weer op.

Door een aantal vasthoudende en enthousiaste valkeniers van het Nederlands Valkeniers verbond Adriaan Mollen, werd vlak na de tweede wereldoorlog (1945)  de valkerij weer nieuw leven ingeblazen. Uit deze vereniging ontstond later weer een nieuwe vereniging en uit de laatste ontstond nogmaals een andere vereniging.

Nederland kent dan ook als een van de weinige landen 3 valkeniersverenigingen, namelijk:

1.      Nederlands Valkeniers verbond “Adriaan Mollen”, (31-12-1938) ,

2.      Valkerij Equipage Jacoba van Beieren (jaren zeventig),

3.      Orde der Nederlandse Valkeniers (6 -12- 2000)

Het ministerie wilde  de 3 verenigingen  te woord staan mits ze het met elkaar eens zouden worden.

Zodoende kwam NOVO tot stand, wat staat voor Nederlands Overleg Valkerij Organisaties. Dit initiatief van de 3 gezamenlijke Nederlandse valkerij verenigingen  is actief sinds 2002.

Het NOVO kreeg bezoek van de minister van Economische zaken, landbouw en innovatie. Alle partijen kwamen overeen dat er een opleiding voor valkeniers moest komen wat goed geregeld was door de wet. Net zoals de geweerjacht in Nederland aansloot bij de jachtopleiding.

Enkele jaren geleden heeft het NOVO een opleiding ontwikkeld die aansluit bij de jachtopleiding en bestaande uit 11  modules. Elke module wordt eens per jaar aangeboden in Eindhoven.

In de 11 modules wordt aandacht besteed aan bepaalde facetten van het valkeniersvak zoals;

  1. Omgang met jachtvogels
  2. Dragen en zeeg maken van jachtvogels
  3. Verzorging van jachtvogels
  4. Aanleggen van tuig
  5. Wild dag
  6. Aanleren van gewenst gedrag bij jachtvogels
  7. Voorkomen en afleren van ongewenst gedrag bij jachtvogels
  8. Zoeken en terug vangen van verloren jachtvogels
  9. Beoordeling van de inzetbaarheid van jachtvogels
  10. Toepassen van fretten.
  11. Gebruik van fluit, loer en balg

 Vroeger werd het beroep van de valkenier, overgebracht van vader op zoon. Het NOVO probeert in haar opleiding deze traditie voort te zetten door het inzetten van mentoren. Een mentor die zogezegd de rol van de vroegere “vader” inneemt. Elke aspirant moet twee jaar stage lopen bij twee mentoren en daarbij verslagen schrijven. Deze verslagen worden beoordeeld door de desbetreffende mentor en een examencommissie. Vervolgens doet de aspirant examen. Pas als de aspirant slaagt voor het examen, mag de akte aangevraagd worden bij het ministerie. Dan nog worden er geen nieuwe aktes verstrekt. Alleen bestaande aktes worden doorgegeven aan een ander. Dat wil zeggen dat als een valkenier stopt om wat voor reden dan ook,  de aspirant die boven aan de lijst staat een valkeniersakte krijgt. Mits deze aan alle eisen voldoet. In Nederland zijn er momenteel tweehonderd aktes.

Nederland is een klein land met veel regels en wetten. Zoveel dat de meeste mensen door de bomen het bos niet meer zien.

Helaas heb je als (aspirant) valkenier ook te maken met verschillende, Nederlandse, Europese en internationale wet- en regelgeving. De belangrijkste is wel de Flora- en Faunawet die in 2002 in werking is getreden.

Op 23 juni 2013 is de valkerij op de Nationale Inventaris Immaterieel en Cultureel Erfgoedlijst van Nederland geplaatst. Deze erkenning is belangrijk voor het behoud van de valkerij in Nederland.

Jewels of the sky