Insecten

Luisvliegen -Hippoboscidae

Luisvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).

Wereldwijd zijn er 786 soorten luisvliegen bekend.

Kenmerken

Dit bruine insect heeft een plomp, plat (en harig) lichaam, een korte steeksnuit en poten met klauwtjes. Sommige soorten hebben ontwikkelde vleugels, bij weer anderen zijn deze gereduceerd of zelfs helemaal verdwenen. Hun lichaam is keihard en ze zijn moeilijk dood te knijpen. Leven op bijna alle wilde vogels en in bosachtige omgevingen.

Leefwijze

De luisvliegen zijn een afwijkende groep van vliegen vanwege hun aparte bouw en bijzondere levenswijze. De luisvliegen zijn parasitair en leven van het bloed van andere dieren zoals vogels. Luisvliegen kunnen net als teken, het achterlijf vol zuigen met bloed, vooral de zwangere vrouwtjes, waardoor ze duidelijk opzwellen.

Luisvliegen komen bij de meeste wilde vogels voor, als deze wilde besmette vogels in de buurt van jou roofvogels komen, dan kunnen je vogel(s) besmet worden, doordat de luisvlieg overvliegt. De vlieg gaat tussen de veren zitten. Wanneer jou besmette roofvogel naar je toevliegt springt de luisvlieg vaak even op je, maar deze luisvlieg  is makkelijk te verjagen, alleen niet makkelijk te doden. Ze zijn namelijk hard vergelijkbaar met een teek en moeilijk dood te drukken. Het nadeel is dat besmette vogels hier door wel bloedarmoede kunnen krijgen.

 

Bekende Soorten

Een van de bekende soorten is de gierzwaluwluisvlieg  (Crataerina pallida) deze luisvlieg leeft van het bloed van de gierzwaluw. De gierzwaluwluisvlieg parasiteert alleen op de gierzwaluw (Apus apus).

Sommige luisvliegen zijn zó klein dat ze op andere insecten parasiteren. Een voorbeeld hiervan is de bijenluis (Braula coeca), die een belangrijke plaag is voor de honingbij (Apis mellifera).

We hebben in Nederland ook de hertenluis of hertenluisvlieg (Lipoptena cervi) genoemd dit is een sterk afgeplatte, glanzend bruine Luisvlieg (Hippoboscidae) met een lengte tot 6 mm. Deze luisvlieg leeft in een bosachtige omgeving. De hertenvliegluis is in het voorjaar vaak in zwermen waar te nemen op zoek naar nieuwe gastheren. In het voorjaar leeft de hertenluisvlieg op vogels.

Later, omstreeks juni, worden vooral het Edelhert, de Ree, het Wilde Zwijn maar ook wel de Das of (in zeer zeldzame gevallen) de Mens uitgekozen als gastheer. De hertenluisvlieg heeft maar gedurende een korte periode vleugels namelijk van september tot oktober,( dit is net in het jachtseizoen) Buiten die “vleugelperiode” heeft de luis meer weg van een luis dan van een luisvlieg.

Voortplanting

Nadat deze parasiet zich in de huid van één van deze gastheren heeft genesteld, verliest hij de vleugels. Het vrouwtje zuigt bloed en produceert volgroeide larven, die zich in de veren of vacht verpoppen.

De larve die wordt geboren, is volgroeid. Tijdens de ontwikkeling in het moederlichaam neemt de larve voedzame stoffen op uit speciale klieren.

Verspreiding en leefgebied

Deze familie komt wereldwijd voor  als ectoparasiet op vogels en zoogdieren.

Nieuwgierig

Wil je meer weten over insecten bekijk de volgende websites

http://www.gardensafari.net/dutch/vliegen.htm   

http://www.diptera.info

Jewels of the sky